Inleiding

De Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben onlangs de vernieuwde versie van hun gezamenlijke toezichtkader Goed Bestuur gepubliceerd. Dit kader is een aanscherping van de oorspronkelijke versie uit juli 2016. Het voornaamste verschil tussen het kader 2016 en 2020 is de wijziging voor het deel van het interne toezicht. Raden van toezicht dienen rekenschap te houden met deze wijzigingen.

Kader Goed Bestuur 2020

Inleiding

Zorgaanbieders moeten goede, betaalbare en voor iedereen toegankelijke zorg leveren. De wettelijke toezichthouders IGJ en NZa zien hierop toe. Voor het leveren van goede en betrouwbare zorg is goed bestuur een belangrijke factor. Het vernieuwde Kader Goed Bestuur geeft richting aan de verwachtingen die IGJ en NZa hebben ten aanzien van bestuurders, interne toezichthouders, cliëntenraden en zorgverleners.

Raad van Toezicht

De aanscherping van het wettelijke toezichtskader betekent meer verantwoordelijkheid voor de raad van toezicht / raad van commissarissen. Centraal staat dat toezichthouders naast het organisatiebelang ook steeds het maatschappelijke belang voor ogen houden. Geen eenvoudige opgave wanneer duidelijke criteria ontbreken om concreet te bepalen wat onder maatschappelijk belang moet worden verstaan. In ieder geval wordt verwacht dat in afstemming met de raad van bestuur de raad van toezicht proactief nieuwe maatschappelijke thema’s agendeert.

IGJ en NZa geven duidelijk aan wat zij verwachten van interne toezichthouders door middel van zes thema’s. Van raden van toezicht wordt verwacht dat zij hier uitvoering aan geven en zich er aantoonbaar voor inzetten.

  1. Toezichtvisie: er is een eigen toezichtvisie met doelstellingen en acties. De maatschappelijke doelstelling van de zorgorganisatie en de positie van de patiënt of cliënt staat centraal. De raad is aantoonbaar in dialoog met belanghebbenden.
  2. Beheersing van risico’s, gedrag en cultuur: de raad van toezicht is alert op een beheerste bedrijfsvoering van de zorgorganisatie. Er wordt niet alleen achteruit gekeken, maar vooral vooruit naar kansen en risico’s. De raad heeft een onafhankelijk en afgewogen oordeel en betrekt daarin zowel hard controls als soft controls.
  3. Maatschappelijk belang: er wordt steeds meer nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid die raden van toezicht hebben voor het maatschappelijk belang dat de zorgorganisatie moet dienen. Als het gaat om continuïteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg kijkt de raad over de grenzen van de eigen organisatie heen. De maatschappelijke belangen zijn regelmatig onderwerp van gesprek met netwerk- en ketenpartners.
  4. Diversiteit en vakmanschap: de raad van toezicht zorgt voor de eigen diversiteit en vakmanschap. Diversiteit in de samenstelling van de raad draagt bij aan legitimiteit en effectiviteit van optreden.
  5. Voorkomen belangenverstrengeling: de raad van toezicht ziet erop toe dat geld dat bedoeld is voor de zorg ook aan de zorg wordt besteed en dat de inrichting van de organisatie hier dienstbaar aan is. Leden van de raad voorkomen elke schijn van vermenging van belangen van henzelf. Zij zien toe op het voorkomen van belangenverstrengeling in de organisatie.
  6. Afgewogen besluitvorming en transparantie: de raad van toezicht laat zich tijdig van goede informatie voorzien, en haalt zélf informatie op in dialoog met interne en externe belanghebbenden. Bij impactvolle bestuursbesluiten toetst de raad of het bestuur tijdig inspraak en tegenspraak heeft georganiseerd en de belangen zorgvuldig heeft afgewogen. Minimaal eenmaal per jaar legt de raad van toezicht openbaar verantwoording af over zijn activiteiten.

Slot

Het Kader Goed Bestuur 2020 zet de tendens voort van meer aandacht voor beheerste bedrijfsvoering binnen zorgaanbieders. De Governance Code legt vooral de nadruk op de verantwoordelijkheid van bestuurders. Het Kader Goed Bestuur 2020 scherpt de verantwoordelijkheid aan voor de raad van toezicht. Van toezichthouders wordt een actievere rol verwacht in de wijze waarop zij toezien op het beheersen van de risico’s van de organisatie. Daarnaast wordt er steeds meer nadruk op gelegd dat toezicht plaatsvindt in de context van de maatschappelijke belangen die de zorgorganisatie moet dienen.

Toezichthouders van zorginstellingen doen er goed aan om te beoordelen of hun bestaande werkwijze voldoet aan de nieuwe eisen.

Henry Goverde 06 5315 34556